Mijn beroepMy profession

Unità 7Livello A1Blocco 1 · AankomstIl suono di questa unità: g en ch — ge- in elk perfectum

Che cosa insegna questa unità

Il passato prossimo: hebben + participio in fondo

Per parlare del passato: usare hebben più il participio, e il participio va alla fine della frase. Ik heb in een ziekenhuis gewerkt — non “gewerkt in een ziekenhuis”.

Ik heb in een ziekenhuis gewerkt.
Waar heeft u gestudeerd?
✗ Ik heb gewerkt in een ziekenhuis.

eerst … daarna … nu

Racconta la tua storia in tre passi. Ognuna di queste parole apre la frase, quindi il verbo segue subito dopo: Eerst heb ik gestudeerd.

Eerst heb ik gestudeerd.
Daarna heb ik gewerkt.
Nu wil ik in Nederland werken.

Durata: presente, non passato

Qualcosa che sta ancora accadendo resta al presente: Ik werk nu acht jaar in dat ziekenhuis. La maggior parte delle lingue usa il passato qui — l'olandese no.

Ik werk nu acht jaar in dat ziekenhuis.
Ik heb acht jaar gewerkt.

Dal testo

Ik ben arts. Dat is mijn beroep en mijn leven.

Sono arts. Questa è la mia professione e la mia vita.

Lessico dell'unità (40 parole)

OlandeseSignificato
studerenstudiare
de opleidingformazione
de ervaringesperienza
het levenvita
het probleemproblema
de taallingua
de afdelingreparto
de patiëntpaziente
het teamsquadra
de menspersona
de spoedurgenza
helpenaiutare
doenfare
gewerktlavorato
gestudeerdstudiato
geleerdimparato
gewoondabitato
geholpenaiutato
gedaanfatto
geweeststato
gehadavuto
gekomenvenuto
begonneniniziato
eerstprima
daarnadopo
vaakspesso
somsa volte
altijdsempre
nooitmai
bijnaquasi
elkeogni
belangrijkimportante
zwaarpesante
andersdiverso
graagvolentieri
ietsqualcosa
veranderencambiare
beslissendecidere
meeinsieme
wasera

La prima unità è gratuita, senza account.

Apri il corso
← Unità precedenteUnità successiva →