De papierenThe paperwork

Unidad 3Nivel A0+Bloque 1 · AankomstSonido de esta unidad: sjwa in onbeklemtoonde lettergrepen

Qué enseña esta unidad

Presente — todas las personas

Una regla: nada para ik, -t para jij/u/hij/zij, -en para wij. La raíz no cambia: ik werk, jij werkt, wij werken.

ik werk / jij werkt / u werkt / hij werkt / wij werken
→ zoeken · vinden · krijgen · printen · scannen · vragen

geen o niet

geen sustituye «un/una» delante de un sustantivo; niet niega todo lo demás. «Ik heb niet een brief» siempre está mal: es «Ik heb geen brief».

Ik heb geen brief.
Het is niet klaar.
Ik wacht niet.

✗ Ik heb niet een brief.

La estructura ik heb … nodig

nodig va al final del todo y lo que necesitas queda en medio: Ik heb een kopie nodig. Poner nodig antes es el primer error de todos.

Ik heb  een kopie        nodig.
Ik heb  mijn paspoort    nodig.
✗ Ik heb nodig een kopie.

Del texto

Ik ben arts. Ik wil in Nederland werken.

Soy arts. Quiero trabajar en los Países Bajos.

Vocabulario de la unidad (44 palabras)

NeerlandésSignificado
het papierpapel; pl. papieren = documentos
het formulierformulario
de aanvraagsolicitud
de kopiecopia
het paspoortpasaporte
de briefcarta (en papel)
de e-mailcorreo electrónico
het nummernúmero
de websitesitio web
de informatieinformación
de verzekeringseguro
invullenrellenar
sturenenviar
tekenenfirmar
printenimprimir
scannenescanear
zoekenbuscar (sin preposición)
vindenencontrar
krijgenrecibir
wachten opesperar a
nodig hebbennecesitar
vragenpreguntar
zeggendecir
moetentener que
ja
neeno
het komt goedtodo saldrá bien
klaarlisto, hecho
langlargo
makkelijkfácil
moeilijkdifícil
normaalnormal
veelmucho
allestodo
alletodos (ante sustantivo)
vande
metcon
voorpara
ooktambién
nogtodavía
nog niettodavía no
nuahora
dateso, ese
hetello (sujeto impersonal)

La primera unidad es gratis, sin cuenta.

Abrir el curso
← Unidad anteriorUnidad siguiente →